LeTo


RESTAURANT LETO
 

Er zijn veel restaurants in Amsterdam maar één van mijn favorietenwas toch wel
Leto op de Haarlemmerdijk 114 -116. De naam Leto
was tot stand gekomen door een relatie tussen een vriendenpaar,
n.l. Len en Ton die samen een culinaire strandtent waren
begonnen. Enige jaren later werd er een snackbar automatiek op
de Haarlemmerdijk ter overname aangenomen en daarmee is het
begonnen. Later zijn we er dikwijls gaan eten, mede omdat het zo
lekker dicht bij huis was. Ton haatte die automatiek met al die
doorzakkers in de nachtelijke uren. Ook weer op zo’n nacht, ‘t was
koud en guur en er stond een zwaar beschonken man alle ballen
gehakt uit de vakjes te trekken en iedere keer moesten die vakjes
weer bijgevuld worden. Het was twee uur die nacht en in de
frituurpan lagen nog zeven ballen te pruttelen. Len deed nog een
laatste poging om bij te vullen en weer trok die lastige kerel een
nieuwe bal. Ton werd er iebel van en zei, Man houd er nu eens mee
op en die vent zei kwaad; “Ikke niet, ik begin net te winnen”. Die
nacht hadden ze besloten om te gaan verbouwen en er een
restaurant van te maken. Het zou uitgroeien tot een te gekke tent
waar een gemęleerd publiek zich liet verwennen met goede
maaltijden en regelmatig waren er travestie shows. Len bleek een
groot talent in vele creaties, hij was tot ver in ‘t buitenland bekent.

De bediening was goed maar je moest er even aan wennen.
Als je iets op de kaart had opgezocht en je bestelling plaatste kwam Len
met het bestek in een servetje gewikkeld en kwakte dat op de tafel
met de kreet; “Dek jezelf” of “maak je zelf maar klaar”. Ton Saas,
een Schiedammer van oorsprong, had ook vreemde gewoontes, of
het nu een man of vrouw was kon hem niet schelen, als er iets niet
naar zijn zin ging, riep hij “trut”, iedereen pikte het en moest er om
lachen. Met een aantal winkeliers hadden we een vaste tafel die
altijd gereserveerd bleef en daar hebben we menig plezierig uurtje
beleefd. Je leerde er veel mensen kennen. Len heeft zich
uiteindelijk uit de zaak terug getrokken. Ton is verder gegaan met
een compagnon afkomstig uit Marokko, de heer Mustafa Benzina,
een heel schrandere uiterst vriendelijke rustige man. Hij was een
meester op het schaakbord en voetbalkenner eerste klasse. Door
ieder die hem kende werd hij aangesproken met Tafa om
verwarring te voorkomen met een ander restaurant op de dijk
waarvan de eigenaar ook Mustafa heette, maar dat was weer een
Turkse mijnheer. Ton zat meestal bij ons aan de tafel en hield de
keuken en verder de hele zaak in de gaten, zodoende maakte je de
gekste dingen mee. De zaak was donker, de wanden aangekleed
met de gekste snuisterijen, schilderijen, mooie poppen, heel veel
foto’s van travestieten en een foto waar ook wij op voorkwamen
gemaakt tijdens een etentje op het Rembrandtsplein. Elke avond
zat het afgeladen vol, vaak ook met hele gezelschappen die
gereserveerd hadden. Als er kinderen bij waren was Ton altijd een
beetje gespannen, vooral als die kinderen door de zaak begonnen
te rennen. Werd het te erg dan riep hij die kinderen bij zich en
hoorden wij hem vragen, “Willen jullie wel eens op de cirkelzaag
van oom Ton?”, of hij liep naar de moeder en zei, of je houdt die
kinderen stil of ik haal ik de batterijtjes er uit, is dat begrepen? Er
zat ook eens een keurige alleengaande dame aan een tafeltje, ze
wilde juist aan haar soep beginnen, maar haar lepel viel op de
grond en dan hoorde je Ton zeggen Trut, reuze pijnlijk natuurlijk
maar we moesten er steeds om lachen. In de keuken werkten zes
Marokkanen waaronder een oudere man, deze had zijn eigen graf
gegraven, want toen hij merkte dat hij tien jaar te oud was om nog
als kok te kunnen solliciteren had hij zich tien jaar jonger laten
maken op zijn paspoort en geboortebewijs. Maar de leugen kwam
wel snel en de waarheid achterhaald hem wel want de goede man
moet doorwerken tot zijn vijf en zeventigste. jaar om voor de
oudendagvoorziening in aanmerking te komen. Neringziek was Ton
geenszins. We zaten net aan een heerlijk menu en ook vierden wij
mijn verjaardag. Toen kwam er een luidruchtig stel van achttien
jonge mannen die aan een gereserveerde tafel plaatsnamen.
Ze maakten een lawaai van je welste en hadden waarschijnlijk al
heel wat biertjes gedronken. Een jong stelletje zat een paar
tafeltjes verder en ‘t meisje riep ober, kunnen wij ons koppie koffie
van ‘t huus kriege want wie wilt naar de bioscoop en dat begint zo.

Toen riep één van die knullen van de vrijgezellen club. Nee meidtie,
dat kan niet want wij gaan voor. Als je bij Leto gegeten had kreeg
je altijd een kopje koffie of thee gratis. We zagen Ton van kleur
veranderen en hij beende met grote passen op de jonge mannen af
en zei; donderen jullie allemaal mijn zaak uit en kom hier nooit
meer terug. Dreigend met zijn arm wees hij naar de uitgang en riep nogmaals, eruit!!
We hebben besproken zei nog één van de
mannen en je laat wel duizend gulden glippen zei een ander.
Kan me niets schelen zei Ton maar ik laat mijn klanten niet beledigen,
dus weg wezen!

Na ons toetje vroeg ik om de rekening en toen ik wilde betalen
stond er op m’n bonnetje Fl. 0,00. Wat is dit nu vroeg ik aan Tafa?
Dat is voor de jarige zei deze. Hartstikke bedankt en dit is een zaak
om zeker terug te komen zei ik een beetje beduusd.