De goede fee

DE GOEDE FEE


In het Williebrordus Complex deed een hardnekkig gerucht de
ronde dat in een seniorenwoning een heks zou wonen. Ik wist
gelijk dat ze Mathilde bedoelde, een vrouw die opviel door haar
niet alledaags gedrag. Elke dag zag ik haar staan voor het
opengeschoven raam op de galerij. Ze was een oudere, vriendelijke,
vreemd uitgedoste vrouw met lang postuur, mooi rimpelig
gelaat, lang grijs haar in een paardenstaart. Met langzame
gracieuze bewegingen beoefende zij de TAI-CHI beweging’s
leer, een gezondheidssysteem voor lichaam en geest. Bij een
vorige ontmoeting had ik kennis met haar gemaakt en toen was
het me al opgevallen dat dit een uitzonderlijke vrouw moest zijn
deze Mathilde. Ik had een paar plantjes gekocht en stond samen
met haar in de lift. O, je hebt een kruidje roer mij niet, dat moet
je niet inwendig gebruiken hoor. Je kunt beter een ander klaversoort
nemen bijvoorbeeld ‘t hazenpootje wat helpt tegen diarree
en ook tegen suiker ziekte. U weet veel van kruiden hé? Ja, ik
heb een kruiden tuin en ben bekend als kruiden vrouw. Ik maak
zelf mijn kruiden mengsels, zalven en essentiële oliën. Dan zijn
we collega’s, ook ik heb heel wat mengsels gemaakt en samengesteld
en er ook een boekje over geschreven. Wat leuk zei ze,
wat is de wereld toch klein en dat we nu flat maatjes zijn. We
liepen samen op, ze keek mij aan en vroeg, heb je tijd voor een
kopje koffie en opende de deur van haar flat. Haar interieur was
van rond negentien vijf en twintig, met gobelin kleden, een diep
rode loper, prachtige schilderijen en Lancastergordijnen Terwijl
ze in de keuken rommelde had ik mij in een fauteuil gevlijd.
Wim, ik drink de koffie met het koffiedik uit een klein kopje zonder
melk en room, want ik heb ontdekt dat er in koffiedik stoffen
voorkomen die juist de cafeďne kunnen neutraliseren. Ik gebruik
het zo, omdat het de bloedvaten verwijdt. Wil jij ook zo’n kopje?
Graag Mathilde riep ik. We spraken over heermoes, st. Janskruid
en stinkende gouwe, daarna nam ik afscheid en ging naar
Tabitha voor het avond eten. Die nacht sliep ik erg onrustig en
had een merkwaardige droom waarin het huisje met de kruiden
tuin van Mathilde voorkwam aan de rand van een beukenbos.


Het was een bar koude winternacht en in een sneeuw storm liep
helemaal verkleumt een goede tover fee te dwalen, ze probeerde
vergeefs nog eens haar tover stafje



wat niet meer reageerde bij tien graden onder nul. Heel in de
verte zag ze een lampje flikkeren en hoopvol ging ze er op af.
Daar aangekomen zag ze door een raam een vrouw aan tafel
zitten. De goede fee schroomde niet om aan te kloppen.
Mathilde deed verbaasd open en zei, wat doet u nog zo laat met
dit weer in het bos. Ik had het gevoel dat ik een goede daad
moest verrichtten zei de fee. Komt u binnen dan drogen we uw
mantel en neemt u plaats voor de open haard. Dankbaar nam de
fee plaats en Mathilde maakte een kopje lindebloesem thee en
een brandnetel pannenkoek. De fee genoot er van en zei. Ik vind
het zo lief van u dat ik heb besloten dat u drie wensen mag
doen. O, wat heerlijk riep Mathilde, daar hoef ik niet lang over na
te denken. Ik zou graag dat u mijn huisje in een paleisje
verandert. De fee hief haar toverstaafje en zwaaide er mee in ‘t
rond en prevelde zachte woordjes en pats er stond een prachtig
paleisje. Wens twee, dat ik een heel mooie jonge prinses word.
Weer bewoog het stafje maar nu boven het hoofd van Mathilde
en pats plotseling stond er prachtige prinses. Verrukt keek ze in
de spiegel en zei, nu nog een mooie jonge prins. De fee keek
bedenkelijk en zei dat wordt moeilijk want daar heb ik een dier
voor nodig om, om te toveren. Op dat moment kwam Karel "de
huis kater" de kamer binnen. Hoe oud is uw kat vroeg de fee.
Negentien jaar, maar hij is ernstig ziek. Dan heeft hij toch geen
kans meer dus dan tover ik hem om zei ze resoluut. Drie maal
ging het stafje over Kareltje en pats daar stond hij een prachtig
mooie prins,



die aan alle verlangens van Mathilde voldeed. Ze bedankte de
fee en zoende de prins hartstochtelijk. Nu hebben we toch nog
een probleem sprak de fee. Dat kan haast niet zei Mathilde. Ja,
toch wel, het is jammer dat u indertijd de kater heeft laten
castreren. Dat was even slikken. Toen werd het heel stil in ‘t
paleis van Mathilde.