straatmuzikanten, nikkelen nelis,Arie,Amstel,wim lassing,
 
 

Het leven op straat

            HET LEVEN OP STRAAT.

 

Na langdurig geworstel met een molton en een hoeslaken was eindelijk het slaapkamer gebeuren op orde. Tevreden ging ik naar de huiskamer om met behulp van een verrekijker naar de boten en ’t verder gebeuren op de Amstel te bekijken. En groot was mijn verbazing dat ik op een bankje Johnnie Flap  met zijn hondje flappie zag zitten. Enige jaren geleden had ik hem leren kennen toen hij als zwervende straatmuzikant, alcoholist en bedelaar door Amsterdam-Zuid trok. Hij vertelde mij toen dat hij als Jazzgitarist met verschillende bands had opgetreden maar door de alcoholverslaving werkloos was geworden. Ook huis en vrouw had hij niet meer, kortom hij zat diep in de ellende en vroeg of ik hem aan vijf euro kon helpen zodat hij wat te eten kon kopen. Verder vertelde hij over een afkickprogramma waar hij aan deelnam en hoopte dat dan alles weer goed zou komen.

Dus toen ik hem zag zitten was ik blij verrast, snel trok ik een jas aan en spoedde mij naar buiten om hem te ontmoeten. Spontaan was de begroeting, hij gaf een kreet van herkenning gepaard gaande met een hevig kwispelstaartje van Flappie. Ik ging naast hem zitten en vroeg hoe het met hem ging. ‘O, hartstikke goed, ik ben helemaal clean, speel weer in een orkestje, heb een lieve vrouw en sinds een maand mijn AOW dus mijn geluk kan niet meer stuk.’ ‘En waar woon je dan?’ ‘Hier op de Amsteldijk bij mijn vriendin, zij heeft een prachtige woning met dakterras en studioruimte, waar ik met mijn muziek zoveel kabaal en lawaai kan maken zonder dat ik iemand stoor en dat is heel fijn’, zei Johnnie met een tevreden lachje. Ik presenteerde een sigaretje en een vuurtje en hij nam gretig een trekje. ‘Roken doe je nog wel?’ ‘Ja, twee pakjes per week en af  toe een puur jointje.’ ‘Wat is een puur jointje?’  ‘Dat is marihuana of wiet van de hennepplant maar dan zonder tabak. Waarom vraag je dit allemaal?’

‘Ik ben al van jongs af geďnteresseerd in straatmuzikanten en personen die leven van en op de straat . Het is begonnen met violist Scheestra die voor de Nieuwe kerk aan de Dam op een oude altviool stond te spelen. Op een koude dag toen ik hem met verkleumde vingers zo bezig zag heb ik hem uitgenodigd voor een kopje koffie bij een café naast die kerk en toen begon hij te vertellen. Dat vond ik prachtig en dat is de reden geweest voor de belangstelling, vriendschap en verhalen van deze markante figuren. In latere jaren zat ik in ’t bestuur van winkeliers in de Haarlemmerbuurt en heb tijdens de eerste braderie die in Amsterdam plaats vond gebruik kunnen maken van hun aanwezigheid en optredens. Voor de reclame, ‘t leggen van contacten met straatmuzikanten en orgeldraaiers had ik de medewerking van Arie Vlug, die uitgedost als Charley Chaplin met snor, bolhoed, wandelstok met streepjes broek, veel heeft bijgedragen.

 

 

 

 

 

Een sandwichman of propagandaman van grote klasse waar aan ik met veel respect aan terug denk. Maar vind jij het niet vervelend dat ik steeds aan het woord ben.’ ‘Nee ik vind het hartstikke leuk en Flap ook want die luistert mee zo te zien.’             

Dan zal ik nog even een aantal van die figuren en mensen noemen in de hoop dat wij ze nooit vergeten: Theo Suikerbuik (Engelse hoorn) Nikkelen Nelis (trekharmonica, grote trom, toeters en bellen), Koenraad Oudekerk (mondharmonica), Broec Asley (gitaar), Gert Oud (Hammond orgel), Van der Duin trio, ( gitaristen) Drumband de Palm,  Manke Nelis (zanger- bassist), Johny Meijer (accordeon) Drs. P (zanger), vele anderen hun namen ben ik even kwijt, maar het sluitstuk was het Vuil Harmonisch Orkest. Subliem!!

Na al dit gepraat op het bankje namen twee ouwe makkers afscheid van elkaar met de woorden van de jeugd; ‘Dag, ik vond het supergaaf.

ja, Vetcool, tot ziens’.