Rosa Spier

                HARPISTE- ROSA SPIER. 

 

Nog zie ik het gebeuren als de dag van gisteren, toen ik als jongen van 14 jaar mee deed aan een voetbalspelletje. Het was in de achtertuin van een schoolvriendje waar we oefende in het nemen van strafschoppen. Op een kwaad moment vloog de bal hoog over het doel en belandde op een prieeltje in de tuin van de buurvrouw die daar op een harp zat te tokkelen. Ik schrok me een ongeluk en zei tegen Karel ‘wat moeten we nou?’ ‘O, dat is geen punt’, zei Karel, ‘het is een heel aardige vrouw, we gaan die bal gewoon terug halen.’ Even later belden we aan bij die mevrouw en werden binnengelaten. ‘Dag jongens leuk dat jullie er zijn . dat gebeurt niet elke dag dat ik bezoek krijg.’ ‘We komen de bal halen mevrouw.’ ‘Dat weet ik, maar voetballers moeten ook wat drinken, ik heb lekkere limonade en koekjes van bakkerij Wildschut. Dus doe mij een plezier en ga even zitten.’ Ze liep naar de keuken en was even bezig. Karel fluisterde in mijn oor: ‘ Mijn vader zegt dat het een eenzame vrouw is, ze zat in kamp Westerborg in de oorlog en heeft er een trauma aan overgehouden.’

Mevrouw Spier kwam met haar traktatie bij ons zitten en vroeg of wij het leuk zouden vinden als zij een stukje op haar harp speelde. Ik zei: ‘ graag mevrouw, wij luisteren thuis naar alle soorten muziek maar mijn ouders zijn meer klassiek ingesteld en uw naam heb ik wel eens horen noemen bij een Symfonie orkest.’ Glimlachend ging ze achter haar harp zitten en gaf een mini solo wat erg mooi klonk. Diep onder de indruk en met een applausje en de voetbal namen we afscheid. Even later fietste ik naar huis en ondertussen dacht ik aan een boekje wat bij mijn ouders in de boekenkast stond vol met tekeningen van een beroemde joodse tekenaar met de naam Jo Spier. Thuis liep ik gelijk naar het kantoortje van mijn vader die aan zijn bureau de dag-reportages zat te typen. ‘Dag Pa, mag ik u wat vragen?’ ‘Natuurlijk jongen, een ogenblik geduld. Ik ben bijna klaar.’ Hij deed alles in een grote enveloppe plakte er twee postzegels op en zei: ‘Kom maar op met je vragen.’ Heeft u iets van Rosa Spier bij uw grammofoonplaten?’ ‘Ik geloof van wel, maar weet het niet zeker. Hij pakte een platenkoffertje, zocht even en zei: ‘ hier heb ik een plaat van het Concertgebouworkest met Rosa Spier als soloharpiste. ‘En is die tekenaar Jo Spier familie van haar?’ ‘ Waarom wil je dat allemaal weten?’ ‘Nou ik heb haar vandaag leren kennen en wil alles van haar weten.’ Mijn vader luisterde vol belangstelling naar mijn verhaal en zei: ‘die virtuoze tekenaars Jo Spier en Peter van Straaten ken ik wel door hun tekeningen in kranten en illustraties in boeken en tijdschriften. De resterende vragen gaan we uitzoeken.’ Ondertussen liep ik naar de boekenkast en haalde er ’t boekje Kopstukken geschreven door Godfried Bomans uit. Triomfantelijk riep ik: ‘Kijk pa, een boekje met tekeningen van Jo Spier.’ ‘Ja Wim, ik ken het, leuk dat jij er ook belangstelling voor hebt.’

Jaren later had ik zelf wat gevonden over de familie Spier, die van joodse komaf zijn. ‘Joseph Adolf Spier was een Nederlands illustrator en boekbandontwerper die naar Amerika emigreerde. Hij is in Zutphen geboren in het jaar 1900 en overleden in 1978 in Santa Fe, New Mexico, Verenigde Staten. Hij tekende voor de Telegraaf en Elsevier en door een tekening tijdens de tweede wereldoorlog waarop een parodie van Adolf Hitler stond belandde hij in het concentratiekamp Westerbork en later met zijn hele familie in kamp Theresienstadt wat hij en zijn familie overleefden door zijn praatjes en tekeningen die hij maakte voor de Duitse weermacht. Hij was geen familie van Rosa, wel heeft hij gewerkt aan een boek Squirrel and the Harp. (toeval of niet.)  De jaren die erop volgden was mijn voorkeur voor Jazz muziek enorm toegenomen, maar door de kennismaking van toen met mevrouw Rosa Spier was ook mijn belangstelling voor klassieke muziek gebleven. Het was inmiddels 1955, als dienstplichtig militair zat ik bij de luchtmacht en had een plek gekregen bij de welzijnszorg. Wij organiseerden allerlei  feestavonden met medewerking van populaire artiesten. Toneel, dans, amusement of jazz muziek alles was mogelijk. Er kwam een verzoek uit de officierskantine voor een klassieke muziek avond. Na even nadenken kwam ik met de harpmuziek van Rosa Spier tevoorschijn. Dat werd goedgekeurd. Ik heb haar gebeld en ze is gekomen. Met veel succes heeft ze haar kabbelende arpeggio’s zitten te tokkelen.

En nu de carričre van Rosa Spier.

Zij is op 7 november 1891 in Den Haag geboren.

Als jong meisje kreeg ze belangstelling voor muziek, en volgde al snel muzieklessen op het Koninklijke Conservatorium in Den Haag. Op haar dertiende jaar werd ze het concertpodium opgestuurd. Vervolgens kreeg zij les van OTTO MÜLLER de solo harpist van het Berliner Philharmoniker orkest. Daarna werkte ze bij verschillende orkesten en trad ook op als soliste. Het musiceren combineerde ze met lesgeven o.a aan PHIA BERKHOUT, één van werelds bekendste harpisten. Ze componeerde ook harpmuziek, één ervan was Impressions on Saul and David. Ruim negen jaar werkte ze als solo harpiste bij het Concertgebouworkest waar toen WILLEN MENGELBERG dirigent was. In 1940 verloor Rosa met 15 andere joodse leden van het orkest hun baan. Mengelberg protesteerde hierover bij

de Oostenrijkse Nazipoliticus SEYSS –INQUART, welke een bewonderaar en bekende van Mengelberg was, maar dat protest bleef helaas zonder succes. Later kregen we te horen dat Rijkscommissaris Athur Seyss Inquart in het bezette Nederland verantwoordelijk was voor de deportatie van honderdduizenden Joden. Hij is in oktober 1946 als oorlogsmisdadiger berecht en ter dood gebracht.

Nu kom ik toe aan het vervolg van het verhaal over onze beroemde harpiste. In 1941 speelde Rosa Spier bij het Joodsch Symfonieorkest maar moest vanwege de razzia’s plotseling onderduiken. Na enige weken werd ze verraden, is opgepakt en met vele landgenoten op transport gesteld naar Drenthe, waar ze in concentratiekamp Westerbork terecht kwamen. Na 3 jaar daar doorgebracht te hebben werd Rosa getransporteerd naar Tsjechië waar ze in het kamp Theresienstadt nog enige tijd opgesloten zat. In 1945 vond een uitwisseling plaats en kon ze naar Zwitserland vertrekken. Na de oorlog, terug in bevrijd Nederland, bleef ze tot op hoge leeftijd muziek maken en concerten geven, maar lichamelijke ouderdomsklachten maakten dat steeds moeilijker. Ze dacht erover, maakte plannen, tekeningen en toen kwam het idee. Er moest een tehuis komen, een veilige haven, een soort woongemeenschap voor oudere goed gesitueerde kunstenaars, musici en intellectuele die elkaar kunnen inspireren en bijstaan. Samen met haar vriendin Henriette Polak, die de Rosa Spier Stichting oprichtte, is de bouw van dit huis uiteindelijk tot stand gekomen. In het huis kunnen oudere kunstenaars hun bekwaamheid en energie blijven stoppen in hun werk, huishouding en de persoonlijke verzorging laten ze over aan gediplomeerde anderen. In 1969 werd het Rosa Spier Huis, vestingplaats Laren(N-H) geopend door de toenmalige minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk Marga Klompė. Het was echter te laat voor Rosa, zij was in 1967 overleden. Er werd volop gebruik gemaakt van het huis, dat de mogelijk biedt als woon, werk en zorggemeenschap en verder de ruimte heeft voor een scala aan faciliteiten. Tot slot enkele bekende (ex-) bewoners. Kees Brusse- acteur,

Guus Hermus-acteur, Caroline Kaart- operazangeres, Johnny Kraaikamp Sr- acteur- komiek, Marten Toonder- tekenaar, Ton Lensink- acteur-schrijver, Albert Milhado- journalist, Frits Thors- journalist- nieuwslezer.

De appartementen worden allen gebruikt door 73 enthousiaste bewoners. Kortom een hoog gewaardeerde plek, met als motivering:

’t is fijn om daar je oude dag vredig af te sluiten.