Surinamers

                        SURINAMERS.

De eerste Surinamers van de 20e eeuw in Nederland waren voornamelijk Creoolse mannen. Suriname is lang een kolonie van Nederland geweest, dat heeft geduurd tot aan de onafhankelijkheid in 1975. Door mijn belangstelling in muziek kwamen ook snel de gekleurde artiesten en Jazzmuzikanten in beeld. Tijdens de tweede wereld oorlog was  Jazz in Nederland verboden en daar werd streng op toegezien, behalve in Rotterdam-Zuid. Op het eiland Katendrecht, gelegen tussen de Rijnhaven en Maashaven behorend bij het stadsdeel Feijenoord. Daar werd in het Negro Palace Belvédčre (nu café Belvédčre} muziek gemaakt door Kid Dynamite met Teddy Coton en Boy Edgar.

In de Amsterdamse Leidsestraat was de club La Cubana van zanger/gitarist Max Woiski- sr, waar hij optrad onder de naam van José Barreto met voornamelijk Latijns-Amerikaanse muziek. Ook had hij succes met het liedje BB met R (bruine bonen met Rijst). Zoon Max Woiski- jr was als zwarte gitarist en orkestleider met zijn Caraibische muziek erg populair op de televisie. Ook de Surinaams-Nederlandse zanger Oskar Harris was met zijn pop en soul erg geliefd bij een groot publiek. Surinaamse migranten ontmoeten elkaar in cafés als de Cotton Club,   de Cycloop en Zeedijk 10 hoek Sint Olofsteeg waar Emiles Place was. Op Zeedijk 26 was Cassa blanca waar vroeger de Surinaamse bokskampioen Al Cramp als portier werkte. In de Cotton club op de Nieuwmarkt kwamen vroeger veel zwarte Amerikaanse militairen van vliegbasis Soesterberg en soldaten die in West-Duitsland gelegerd waren. Zij kwamen naar Amsterdam om verlof te vieren met hun dollars en marihuana. Die tijd is achter de rug en nu is er een nieuwe generatie waaronder ook veel Surinaamse vrouwen in Nederland met een Nederlands paspoort die hun sporen in muziek, dans, sport, cultuur en het maatschappelijk leven dubbel en dwars verdiend hebben. Trouwens nu is de Cotton club in gebruik als Jazz café, waar veel Live Jazz gespeeld word.

Als ik nu terugkijk op mijn belevenissen en gesprekjes met Surinaamse Nederlanders die in zorgcentrum Tabitha verbleven of op bezoek kwamen moet ik steeds denken aan een heel bijzonder knappe man met een donkere huidskleur. Samen met de dames Pelzer en Wust zat ik aan een tafeltje toen een chique geklede heer bij ons aanschoof met de woorden ‘goeden dag samen,’ Hij nam zijn hoed af, gaf ons een hand en zei: ‘mijn naam is Roy Willems, God bless you.’ Al gauw volgde een boeiend gesprek. Hij vertelde dat zijn vriendin hier was om te revalideren na een medische ingreep. En vandaag was hij hier om haar te bezoeken. Even later kwam een verpleegster uit de lift, zij keek de zaal in en riep: ‘ is hier een meneer Willems?’ ‘Ja, dat ben ik’ zei onze gast. ‘Wilt u mij dan volgen?’ ‘Graag zuster.’ Hij zette zijn hoed op en zei: ‘dag allemaal, God bless you.’ We keken hem na tot Jenny Pelzer zei: ‘ die gozer leeft niet van de bijstand zo te zien,’ ‘Ja en dat horloge, zijn ketting, dasspeld en armband komen ook niet van de rommelmarkt’ was mijn oordeel. Een week later, op een prachtige zonnige dag, keek ik uit mijn slaapkamerraam en zag op het terras van de binnentuin mijn vriendjes Co Belmer, Henk Vergeer, Bram Groen en Wim Wories zitten en nam het besluit ook een biertje te gaan drinken. Vrijwilliger Frits zag mij aankomen en zette er een stoeltje bij met de woorden: ‘Zo nu is de club weer compleet.’ We zaten onder een grote parasol te genieten van ons pilsje toen er een prachtige rode Ferrari de oprijlaan van de binnentuin opreed.

 

 


 

Ad rem als altijd, zei Bram gelijk ‘Addenom, daar komt die hasj-baron ook weer aan.’ Er stapten twee heren uit en de man die achter het stuur zat opende de achterklep en pakte een rollator (cadeautje voor Roy zijn vriendin) hoorde ik later. Bij het passeren herkende hij mij groette beleefd en de heren gingen naar binnen. Ik kon mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en ging er snel achteraan. ‘Meneer Willems mag ik jullie wat te drinken aanbieden en een paar vragen stellen?’ ‘Ja hoor we waren net van plan hier koffie te drinken dus dat komt goed uit,’ Hij deed zijn hoed af en gaf de andere heer een schouder klopje en zei: ‘Dit is meneer Blank mijn privé chauffeur, ik noem hem altijd mijn ‘King of the road.’ Ik viel van de ene verbazing in de andere en dacht na over zijn uitzonderlijke rijkdom en besloot het hem te vragen. We gingen zitten, ik bestelde koffie en vroeg: ‘Ben je miljonair of zo.’ Nee dat nog niet maar ik zit al jaren boven de Balkenende norm.’ Ik bezit een kleine suikerrietplantage en met de stamstekken en scheuten verdien ik mijn centjes en gaat best lekker’ zei hij met een grijns. ‘Hoe heb je dat vak geleerd’ wilde ik nog weten. ‘Nou, ik heb op de Landbouwhogeschool gestudeerd, ben geslaagd en als ingenieur de wereld in getrokken. Nu heb ik een huis en kantoor in Amsterdam en verblijf ook nog vaak in Suriname.’ Ik bedankte voor zijn verhaal en nam afscheid van de heren. Zij stonden ook op en weer zei Roy, ‘God bless you!!’`

Ook moet ik nog vaak denken aan een ander bijzonder iemand met name Carmen van Vliet,

dochter van een Nederlandse KNIL officier  en een Surinaamse moeder. We hebben haar in Tabitha dikwijls gesproken en opgezocht in haar gezellige appartement op de 6e etage met uitzicht op de Amstel. Zij vertelde dat zij in haar jonge jaren als beeldhouw- en schildersmodel had gewerkt op de Rijksacademie van Beeldende kunsten. Ook haar danscarričre , huwelijken, kinderen en kleinkinderen kwamen ter spraken. De toen 78 jarige dynamische vrouw met haar exotische uitstraling had nog een prachtig slank figuur en een strak rimpelloos donker getint huidje. Nel vroeg hoe ze dat voor elkaar kreeg. ‘Dat komt door de uierzalf waar ik mij dagelijks mee insmeer’, zei ze met een lachje. Onder het genot van een drankje, Jazz muziek en foto’s bekijken ging de vroegere  danseres van de groep Les Ballet Négres van de Jamaicaan Berto Pasuka ook optreden als solo danseres. ‘Met het gezelschap Ballet ‘Brasiliana’ ben ik op tournee geweest in Europa en Afrika, dat was heel spannend en fijn. En nu zit ik hier maar het is niet mijn thuis dat was 43 jaar lang in Oost op de Gijsbrecht van Amstelstraat waar ook mijn jongste dochter Donna is geboren. Maar ja ’t leven gaat verder he. Door een spieraandoening in mijn benen was het niet langer mogelijk zelfstandig te blijven wonen. Hier word ik goed verzorgd en beweeg mij voort met wandelstok of een rollator’. Carmen keek de kamer rond en zei: ‘Hier zijn nog wat penningen van mijn ex-man, de beeldend kunstenaar Floyd, met mijn afbeelding erop en daar hangt een tekening van Willem van de Berg en daar de Litho’s Erwin de Vries. En nu wordt het tijd voor mijn borreltje en jointje want de pijn begint weer op te zetten. Na een half uurtje namen we afscheid van onze buurvrouw en vertrokken naar ons eigen appartement. Het was een kleurrijke middag geweest. Wat is het toch leuk dat hier zo veel verschillende mensen wonen stelden wij vast, het is in ieder geval nooit saai en je hoort nog eens een bijzonder verhaal!