Amsterdam/Landsmeer

    


HET HUISJE AAN DE WEGSLOOT.

Vroeger stond Landsmeer bekend om zn kippen, eieren, eenden,
varkens, schapen en koeien -boeren. Deze mensen oefenden hun beroep
uit op zeer drassige veengrond. De melk, eieren en andere producten
werden per boot, paard en wagen, bakfiets, of handkar naar Amsterdam
vervoerd om daar uitgevent te worden. Het was 1946 toen de ouders met
hun toen negen jarig dochtertje Nelie vanuit de van Beekstraat naar t
Noordeinde verhuisde. Op haar twintigste trouwde ze, kreeg twee zoons
en heeft in Amsterdam een gelukkige tijd van ruim negen en dertig jaar
als mede werkende ondernemersvrouw beleeft. In 1997 werd Nelie
weduwe, het huisje werd gerestaureerd en verhuisde ze opnieuw naar
Landsmeer. Over dat huisje, de wilde tuinen, sloten en weidegrond gaan
deze verhaaltjes.


HET ONVERWACHTE.

Eind november van het millennium jaar 2000, rinkelde de telefoon in mijn
pas opgeleverde seniorenflat. Ik nam de hoorn op, en luisterde. Hallo,
Wim, hoe bevalt het leven, nu je met pensioen bent? Even was het stil,
toen weer die stem, maart nu wat lacherig, je weet niet wie je aan de lijn
hebt? Ik dacht diep na, toen viel het muntje. Ja hoor, dit is de stem van
Nel Oud, uit Landsmeer riep ik verrast, wat leuk dat je belt. Ik had je
verhuiskaart ontvangen en dacht nu ga ik hem bellen, dat is leuker dan
een kaartje te sturen. Maar wat knap dat je mijn stem herkende. Dat was
niet zo moeilijk, zei ik zelfverzekerd, want die stem ken ik, al meer dan vijf
en dertig jaar. Ik was klant en vriend in jullie tabakswinkel, en jij, klant
en vriendin in onze koffie en thee zaak.

Ja, wat vliegt de tijd snel voorbij, verzuchtte Nel. Ik woon alweer vier jaar
in dit dorp, maar voel me nog steeds een stads mens. Het werd een lang,
leuk, zinnig gesprek, waarin veel herinneringen over Jan, de kinderen en

kleinkinderen werden opgehaald. Ook het lief en leed van mijn dochters
en kleindochter kwamen aan de orde. Toen kwam de vraag, vind je het
leuk om eens naar Landsmeer te komen,om mijn huis en erf te
bekijken? Dat lijkt mij erg leuk, ik kan nu over mijn eigen tijd beschikken,
dus zeg maar wanneer het schikt, zei ik verrast. Ik verheug me er op zei
Nel, we gaan dan gezellig met een kopje koffie bijpraten en de
vriendschap verstevigen. We prikten de datum van donderdag zeven
december, ongeveer halfelf. De hoorn ging weer op de haak en met een
blij gevoel overdacht ik de hele zaak. Ja, we hebben maar te aanvaarden
wat het leven ons te bieden heeft. In mijn dromen werd ik bevlogen door
de vreemdste gedachten, zoals, alleen, is maar alleen en om bij Toon
Hermans te blijven; je hebt iemand nodig stil en oprecht. Ik schrok
wakker, rekte mijn ledematen en dacht, doe niet zo stom man, je gaat
een bezoekje afleggen bij een oude vriendin en verder niets. In mijn
hoofd bleef het maar spoken, ja er gebeuren vreemde dingen met de
mensen. Eindelijk werd het zeven december, en de gevolgen zouden niet
uitblijven.