In memorium Mw. L Berlage

    

 
                               BIJZONDER.
 
In memoriam van mevrouw Berlage.

 

Het was zes uur toen wij aan een lange tafel in restaurant ‘DE BUURMAN’, behorende bij zorgcentrum ‘AMSTA’

aanschoven.  Er zaten zoals elke avond de zelfde mensen

waar we inmiddels vriendschap mee  gesloten hadden. Rechts van ons zaten : Carmen, Jenny, de heren Stoffels,  Danz, Wim Bakker en Emiel en  tegenover ons zat mijnheer Bos met pleegzoon Jaap, Kees Scholten en de heer en mevrouw La Croix. ‘Waar blijft mijn borrel nou!!’ riep Bos ongeduldig en werd prompt op zijn  wenken bediend. Op dat moment schoof de schuifdeur open en kwam een kleine charmante vrouw met haar wandelstok de eetzaal binnen lopen. Zij stelde zich aan ieder voor en wij hoorden de naam Lia Berlage. Even was het stil tot zij ook plaatsgenomen had. ‘Bent u familie van de beroemde architect?’, vroeg Kees. ‘Ja, ik ben een kleindochter van hem’ was haar antwoord.
Mevrouw Berlage was in  december 2008 in Amsta komen wonen op de derde verdieping met uitzicht op de binnentuin,  ook mijn huis ligt binnen haar gezicht veld, we zwaaien  regelmatig naar elkaar. In de loop der tijd heb ik regelmatig aan één tafeltje tegenover haar gezeten en was onder de indruk geraakt van haar meeslepende en ontroerende verhalen. Op uitnodiging heb ik met mijn vriendin Neeltje haar kamer mogen zien en we waren onder de indruk van de inrichting, met allerlei snuisterijen en meubelen  die door haar grootvader ontworpen waren.

De lange praktische houten bank vond ik geweldig en ook  de tafel, stoelen en wandbekleding  vonden we prachtig.

 

 

Het werd een gezellig onderonsje met veel gepraat en uitleg over de dingen die in voorbijgaande jaren plaats gevonden hadden. Lia zat gekleed in oosterse blouse op haar praatstoel en vertelde over haar beroemde opa.

‘Ja, hij had  veel invloed met het ontwerpen van de moderne bouwkunst en binnenhuis architectuur maar ook stadsuitbreidingen in Amsterdam,  het stratenplan en de bouw van het Mercatorplein kregen zijn aandacht.’
De brug over de Amstel,  die een verbinding tussen Oost en Zuid vormde  was ook een meesterwerk en kreeg bekendheid met de naam Berlage brug.’ ‘Maar hij heeft toch ook  voor  meerdere bruggen het meubilair zoals hekwerken en lantarenpalen ontworpen?’ vroeg ik.
‘Ja, als je hier in Amsta uit het raam kijkt zie je een mooi voorbeeld’ zei mevrouw Berlage. Maar ook in Rotterdam is hij aan het werk geweest, daar heeft hij meegewerkt aan  tuindorp Vreewijk wat later een groene oase in een grote stad werd genoemd.’
‘Daarna ging hij werken voor het echtpaar Kröller-Müller en was medeontwerper van "Sint Hubertus”, het jachtslot op de Hooge Veluwe wat later een museum is geworden.’

‘Maar over de hele wereld kennen ze de koopmans beurs op het Damrak in Amsterdam ook wel de beurs van Berlage genoemd ‘ ,zei ik om ook nog wat in te brengen.’ Ja, dat was een stuk werk waar hij ook trots op was en ook het interieur met een speciaal kamertje waar alleen wij, af en toe mee naar toe mochten vond ik heel speciaal.’

‘Soms ga ik met kinderen en kleinkinderen  nog wel eens naar hem toe want zijn standbeeld staat  hier in Amsterdam op het Victorieplein.’
‘Heel bijzonder’ vonden wij.

Na een bedankje gingen wij ook weer huiswaarts.

 

Het was haast een vanzelfsprekende  gewoonte geworden dat mevrouw Berlage  en ik  aan één tafeltje de maaltijd gebruikten. Met een glaasje rode wijn op dat tafeltje luisterde ik naar haar verhalen. Lia Berlage is in Nederlands Indië geboren op 13 januari 1933, waar ze de jongste dochter was in het gezin van vier meisjes.

Haar ouders woonden sinds 1925 in Batavia, waar  haar vader  hoofd weerkundige dienst was. ‘We leefden in welstand, aan de rand van de stad in een mooi huis.’

 ‘Uit de eerste jaren van mijn jeugd herinner ik mij het meest , het uurtje  dat mijn ouders  onder de klamboe hun middag dutje deden. ‘Op mijn blote voetjes liep ik over de galerij  naar de kamertjes van het huispersoneel.’’ Daar zat Kokki  mijn grootste vriendin -na de makanan- in haar rieten bamboe stoel uit te rusten en op mij te wachten.’ ‘Ik kroop op haar schoot en nestelde me tegen haar aan en voelde me dan volmaakt gelukkig en tevreden.’ ‘Soms vroeg ze aan de Jonghos om wat  kwee-kwee  in  de waroeng om de hoek  te gaan halen, die we met ons drietjes  op smikkelden‘

‘Maar ja, aan deze gezelligheid kwam een eind,  door de scheiding van mijn ouders.’ ‘ Ik was toen 5 jaar en kwam op een kostschool  terecht.’ ‘In 1940  brak de oorlog uit en met mijn moeder en drie zussen kwamen we in Semarang in een Jappenkamp terecht.’ ‘Het was heel zwaar en streng en  we kregen vreselijk slecht te eten.’ ‘ Mijn moeder werd met een zweep geslagen omdat zij geen buiging voor een officier had gemaakt en meer van dat soort dingen.’ ‘Daarna werden we op transport gesteld en naar een ander kamp in Malang afgevoerd.’’ Na de capitulatie van Japan in 1945 zijn we naar Nederland terug gekeerd en in Amsterdam gaan wonen.’

 

 

 

‘We kwamen  in 1946  op een tweekamer woning in de Vechtstraat te wonen.’ ‘Door de oorlog en de kamp omstandig heden had ik bijna geen onderwijs gehad en kwam als repatriant kind pas op 13 jarige leeftijd in de gelegenheid om de lagere school in te halen.’ ‘Ik kwam op een overbrugging school terecht en  was 17 jaar toen ik naar het Lyceum ging.’ ‘Na mijn diploma ging ik in Utrecht  Mensendieck studeren en kort daarop leerde ik mijn eerste man kennen.’
Ik ben met hem getrouwd en   kregen een dochtertje die we Cecilia noemden.’

‘Tot ons verdriet bleek dat ze gehandicapt was’ ‘Niet lang daarna zijn we gescheiden en moest ik alleen met mijn kindje verder en dat werd steeds moeilijker en zwaarder.’ ‘Ik ben toen met Cecilia naar Groningen verhuisd  en heb daar jaren lang gymnastiek lessen gegeven volgens de Mensendieck methode en dat sloeg goed aan, mag ik wel zeggen.’ In die tijd kwam ik een huisvriend van mijn ouders uit  hun  Nederlands Indië

periode tegen, we sloten vriendschap, kregen verkering en

ondanks een leeftijd verschil van 25 jaar zijn we toch getrouwd. Op de Veluwe hadden we een huis gekocht en daar zijn mijn zoon  Hendrik-Petrus (Hein) en dochter Ellizabeth geboren.’ ‘Mijn man was weinig thuis omdat hij zeeman was en lange reizen maakten.’ ‘Ik moest dus alleen voor drie opgroeiende kinderen zorgen, dat was erg moeilijk, vooral met de oudste die steeds meer hulp nodig had.’ ‘Wat een ellendige tijd was dat!!’

 

 

 

 

‘Er moest iets gebeuren en toen kwam de oplossing1’

‘Cecilia kwam op een zorgboederij te wonen met alle hulp in haar eigen appartement.’ Mijn tweede huwelijk is -om in zeemans taal te spreken- ook op de klippen gelopen.’ ‘Ik ben daarna met zoon en dochter naar Workum verhuisd en kreeg daar een fijne en belangrijke

baan als secretaresse op een notaris kantoor.’ ‘De kinderen hadden het goed, groeiden op , gingen studeren en zelfstandig wonen.’
Dat was voor mij een reden om naar Amsterdam terug te keren.’ ‘Ik heb een tijdje in Geuzenveld gewoond en kreeg daarna een woning in Oud zuid in de Kuipersstraat  daar heb ik een tijd tot volle tevredenheid door gebracht.’ Maar ja, zo als het met veel oudere mensen gaat was het bij mij niet anders, want toen knakte mijn gezondheid.’ ‘Ik ben een paar keer gevallen , dat is me op straat bij een tramhalte ook gebeurd en dat was het moment dat  men er achter kwam dat ik een veel te lage bloeddruk had’ ‘Van die valpartijen heb ik nu nog de gevolgen, ‘Ik heb last van mijn benen en mijn rechterarm die ik niet meer omhoog kan krijgen, wat erg lastig is met wassen en haar kammen..’
Mijn kinderen en mijn huisarts vonden dat ik niet meer zelfstandig kon wonen en hebben gezorgd dat ik naar verzorgingshuis Amsta kon verhuizen.’

‘Het gaat nu redelijk met me , ik ga een paar keer per week  met mijn rollator de straat op , kom op de markt, ga naar het park en beland uiteindelijk bij Etos waar ik door een vriendelijke chef naar binnen word geholpen om even uit te rusten.’

Na nog het laatste slokje uit haar wijnglas gedronken te hebben  zei ze: ‘Wim,  nu moet ik naar boven, want ik verwacht een telefoontje van mijn zoon, die morgen met vrouw en kinderen op bezoek komt.’

 ‘Je zoon werkt toch in Zwitserland?’ ‘Ja,  al een aantal jaren hij is ingenieur en legt de laatste hand aan de tweede buis in de Gotthard tunnel.’

‘Je zult wel trots op hem zijn hè?’

 ‘Ja, als een pauw’, zei ze lachend.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
                               BIJZONDER.
 
In memoriam van mevrouw Berlage.

 

Het was zes uur toen wij aan een lange tafel in restaurant ‘DE BUURMAN’, behorende bij zorgcentrum ‘AMSTA’

aanschoven.  Er zaten zoals elke avond de zelfde mensen

waar we inmiddels vriendschap mee  gesloten hadden. Rechts van ons zaten : Carmen, Jenny, de heren Stoffels,  Danz, Wim Bakker en Emiel en  tegenover ons zat mijnheer Bos met pleegzoon Jaap, Kees Scholten en de heer en mevrouw La Croix. ‘Waar blijft mijn borrel nou!!’ riep Bos ongeduldig en werd prompt op zijn  wenken bediend. Op dat moment schoof de schuifdeur open en kwam een kleine charmante vrouw met haar wandelstok de eetzaal binnen lopen. Zij stelde zich aan ieder voor en wij hoorden de naam Lia Berlage. Even was het stil tot zij ook plaatsgenomen had. ‘Bent u familie van de beroemde architect?’, vroeg Kees. ‘Ja, ik ben een kleindochter van hem’ was haar antwoord.
Mevrouw Berlage was in  december 2008 in Amsta komen wonen op de derde verdieping met uitzicht op de binnentuin,  ook mijn huis ligt binnen haar gezicht veld, we zwaaien  regelmatig naar elkaar. In de loop der tijd heb ik regelmatig aan één tafeltje tegenover haar gezeten en was onder de indruk geraakt van haar meeslepende en ontroerende verhalen. Op uitnodiging heb ik met mijn vriendin Neeltje haar kamer mogen zien en we waren onder de indruk van de inrichting, met allerlei snuisterijen en meubelen  die door haar grootvader ontworpen waren.

De lange praktische houten bank vond ik geweldig en ook  de tafel, stoelen en wandbekleding  vonden we prachtig.

 

 

Het werd een gezellig onderonsje met veel gepraat en uitleg over de dingen die in voorbijgaande jaren plaats gevonden hadden. Lia zat gekleed in oosterse blouse op haar praatstoel en vertelde over haar beroemde opa.

‘Ja, hij had  veel invloed met het ontwerpen van de moderne bouwkunst en binnenhuis architectuur maar ook stadsuitbreidingen in Amsterdam,  het stratenplan en de bouw van het Mercatorplein kregen zijn aandacht.’
De brug over de Amstel,  die een verbinding tussen Oost en Zuid vormde  was ook een meesterwerk en kreeg bekendheid met de naam Berlage brug.’ ‘Maar hij heeft toch ook  voor  meerdere bruggen het meubilair zoals hekwerken en lantarenpalen ontworpen?’ vroeg ik.
‘Ja, als je hier in Amsta uit het raam kijkt zie je een mooi voorbeeld’ zei mevrouw Berlage. Maar ook in Rotterdam is hij aan het werk geweest, daar heeft hij meegewerkt aan  tuindorp Vreewijk wat later een groene oase in een grote stad werd genoemd.’
‘Daarna ging hij werken voor het echtpaar Kröller-Müller en was medeontwerper van "Sint Hubertus”, het jachtslot op de Hooge Veluwe wat later een museum is geworden.’

‘Maar over de hele wereld kennen ze de koopmans beurs op het Damrak in Amsterdam ook wel de beurs van Berlage genoemd ‘ ,zei ik om ook nog wat in te brengen.’ Ja, dat was een stuk werk waar hij ook trots op was en ook het interieur met een speciaal kamertje waar alleen wij, af en toe mee naar toe mochten vond ik heel speciaal.’

‘Soms ga ik met kinderen en kleinkinderen  nog wel eens naar hem toe want zijn standbeeld staat  hier in Amsterdam op het Victorieplein.’
‘Heel bijzonder’ vonden wij.

Na een bedankje gingen wij ook weer huiswaarts.

 

Het was haast een vanzelfsprekende  gewoonte geworden dat mevrouw Berlage  en ik  aan één tafeltje de maaltijd gebruikten. Met een glaasje rode wijn op dat tafeltje luisterde ik naar haar verhalen. Lia Berlage is in Nederlands Indië geboren op 13 januari 1933, waar ze de jongste dochter was in het gezin van vier meisjes.

Haar ouders woonden sinds 1925 in Batavia, waar  haar vader  hoofd weerkundige dienst was. ‘We leefden in welstand, aan de rand van de stad in een mooi huis.’

 ‘Uit de eerste jaren van mijn jeugd herinner ik mij het meest , het uurtje  dat mijn ouders  onder de klamboe hun middag dutje deden. ‘Op mijn blote voetjes liep ik over de galerij  naar de kamertjes van het huispersoneel.’’ Daar zat Kokki  mijn grootste vriendin -na de makanan- in haar rieten bamboe stoel uit te rusten en op mij te wachten.’ ‘Ik kroop op haar schoot en nestelde me tegen haar aan en voelde me dan volmaakt gelukkig en tevreden.’ ‘Soms vroeg ze aan de Jonghos om wat  kwee-kwee  in  de waroeng om de hoek  te gaan halen, die we met ons drietjes  op smikkelden‘

‘Maar ja, aan deze gezelligheid kwam een eind,  door de scheiding van mijn ouders.’ ‘ Ik was toen 5 jaar en kwam op een kostschool  terecht.’ ‘In 1940  brak de oorlog uit en met mijn moeder en drie zussen kwamen we in Semarang in een Jappenkamp terecht.’ ‘Het was heel zwaar en streng en  we kregen vreselijk slecht te eten.’ ‘ Mijn moeder werd met een zweep geslagen omdat zij geen buiging voor een officier had gemaakt en meer van dat soort dingen.’ ‘Daarna werden we op transport gesteld en naar een ander kamp in Malang afgevoerd.’’ Na de capitulatie van Japan in 1945 zijn we naar Nederland terug gekeerd en in Amsterdam gaan wonen.’

 

 

 

‘We kwamen  in 1946  op een tweekamer woning in de Vechtstraat te wonen.’ ‘Door de oorlog en de kamp omstandig heden had ik bijna geen onderwijs gehad en kwam als repatriant kind pas op 13 jarige leeftijd in de gelegenheid om de lagere school in te halen.’ ‘Ik kwam op een overbrugging school terecht en  was 17 jaar toen ik naar het Lyceum ging.’ ‘Na mijn diploma ging ik in Utrecht  Mensendieck studeren en kort daarop leerde ik mijn eerste man kennen.’
Ik ben met hem getrouwd en   kregen een dochtertje die we Cecilia noemden.’

‘Tot ons verdriet bleek dat ze gehandicapt was’ ‘Niet lang daarna zijn we gescheiden en moest ik alleen met mijn kindje verder en dat werd steeds moeilijker en zwaarder.’ ‘Ik ben toen met Cecilia naar Groningen verhuisd  en heb daar jaren lang gymnastiek lessen gegeven volgens de Mensendieck methode en dat sloeg goed aan, mag ik wel zeggen.’ In die tijd kwam ik een huisvriend van mijn ouders uit  hun  Nederlands Indië

periode tegen, we sloten vriendschap, kregen verkering en

ondanks een leeftijd verschil van 25 jaar zijn we toch getrouwd. Op de Veluwe hadden we een huis gekocht en daar zijn mijn zoon  Hendrik-Petrus (Hein) en dochter Ellizabeth geboren.’ ‘Mijn man was weinig thuis omdat hij zeeman was en lange reizen maakten.’ ‘Ik moest dus alleen voor drie opgroeiende kinderen zorgen, dat was erg moeilijk, vooral met de oudste die steeds meer hulp nodig had.’ ‘Wat een ellendige tijd was dat!!’

 

 

 

 

‘Er moest iets gebeuren en toen kwam de oplossing1’

‘Cecilia kwam op een zorgboederij te wonen met alle hulp in haar eigen appartement.’ Mijn tweede huwelijk is -om in zeemans taal te spreken- ook op de klippen gelopen.’ ‘Ik ben daarna met zoon en dochter naar Workum verhuisd en kreeg daar een fijne en belangrijke

baan als secretaresse op een notaris kantoor.’ ‘De kinderen hadden het goed, groeiden op , gingen studeren en zelfstandig wonen.’
Dat was voor mij een reden om naar Amsterdam terug te keren.’ ‘Ik heb een tijdje in Geuzenveld gewoond en kreeg daarna een woning in Oud zuid in de Kuipersstraat  daar heb ik een tijd tot volle tevredenheid door gebracht.’ Maar ja, zo als het met veel oudere mensen gaat was het bij mij niet anders, want toen knakte mijn gezondheid.’ ‘Ik ben een paar keer gevallen , dat is me op straat bij een tramhalte ook gebeurd en dat was het moment dat  men er achter kwam dat ik een veel te lage bloeddruk had’ ‘Van die valpartijen heb ik nu nog de gevolgen, ‘Ik heb last van mijn benen en mijn rechterarm die ik niet meer omhoog kan krijgen, wat erg lastig is met wassen en haar kammen..’
Mijn kinderen en mijn huisarts vonden dat ik niet meer zelfstandig kon wonen en hebben gezorgd dat ik naar verzorgingshuis Amsta kon verhuizen.’

‘Het gaat nu redelijk met me , ik ga een paar keer per week  met mijn rollator de straat op , kom op de markt, ga naar het park en beland uiteindelijk bij Etos waar ik door een vriendelijke chef naar binnen word geholpen om even uit te rusten.’

Na nog het laatste slokje uit haar wijnglas gedronken te hebben  zei ze: ‘Wim,  nu moet ik naar boven, want ik verwacht een telefoontje van mijn zoon, die morgen met vrouw en kinderen op bezoek komt.’

 ‘Je zoon werkt toch in Zwitserland?’ ‘Ja,  al een aantal jaren hij is ingenieur en legt de laatste hand aan de tweede buis in de Gotthard tunnel.’

‘Je zult wel trots op hem zijn hè?’

 ‘Ja, als een pauw’, zei ze lachend.