Wij zeggen Poen

                 WIJ ZEGGEN POEN.

 

Bij het opruimen van een lade van mijn bureau kwam een doosje munten uit het gulden tijdperk te voorschijn. Aandachtig bekeek ik een cent en moest gelijk denken aan ít liedje een cent, een cent, wat waren we blij met een cent. Toen bekroop mij de gedachte dat die munten en biljetten van vroeger allemaal een eigennaam en betekenis hadden gekregen. Vooral in Amsterdam waren die namen ontstaan door joodse inwoners die Hebreeuwse benamingen toevoegden in hun Mokum (stad in het Hebreeuws).

Zo hadden we een halve cent en een cent die in koper werden geslagen en de volksnaam duiten kregen. In kerken deed men een duit in het zakje voor de armen bijvoorbeeld. Dan was er een muntje van vijf cent die (stuiver) werd genoemd, een zilver muntje van tien cent (dubbeltje) een zilver muntje van vijf en twintig cent

(kwartje) en ook (heitje) werd genoemd.

Dit is de vijfde letter van het Jiddische alfabet met vijf als getals waarde, dus vijf x fijf = vijf en twintig.

Dan hadden we nog de gulden, honderd cent , komt af van het-woord gouden.   Deze munt werd in zilver uitgevoerd en in de oorlogsjaren tijdelijk vervangen door papieren biljetten. Eind jaren zestig werden er guldens van nikkel geslagen, 

volksnaam een (piek). Een rijksdaalder was tweevijftig waard (knaak) of (riks).

Tien gulden (joetje) komt van jod, tien in het Hebreeuws, ook wel ( tientje) genoemd, dit waren papieren biljetten maar er werden ook gouden tientjes als herdenking munt voor verzamelaars geslagen. Bankbiljetten kregen de namen (geeltje) 25 gulden, ( Abraham ) 50 gulden 

(vuurtoren) 250 gulden, (honderdje) 100 gulden en (meier) komt van meich ....Hebreeuws voor honderd. Dan was er nog een biljet van 1000 gulden dat aan één kant rood was en de mooie bijnaam (rooie) rug kreeg.

Per 1 januari 2002 kregen we de Euro als ons betaal middel en zijn jammer genoeg ook de bijnamen verdwenen.
De enige die nog een naam heeft is (gouwe ring) en dat is  de 1 euro munt. 
Verder hoorde ik alleen nog maar scheldnamen  van de euro zoals: ( neuro), (zeuro) en (pleuro). 

Gelukkig zijn de liedjes van vroeger wel bewaart gebleven, zoals bij voorbeeld de orgeldraaier van Wim Sonneveld .

Poen, poen, poen, poen !!!

Zal je gedacht zijn , wat je allemaal met poen kan doen. Een duppie is een beissie, een kwartje is een heitje, Een gulden is een piek en een rijksdaalder heet een knaak. Een tientje is een joetje, vijf en twintig is een geeltje. Maar hoe heet nou een lap van honderd gulden? .....Meier, raak!!! 

Als laatste troost de Euro is van ons allemaal !! ................ Proost!!