Territorium

                   

                  TERRITORIUM

 

Ondanks de extra drukte in kabouterdorp waren de kabouters Suizebol, Spitsneus en Klaasje Vaak bezig met de aanplant van oevergewassen. Spitsneus had tekeningen van de vijvers gemaakt waar

hij ook de broedplaatsen van verschillende vogels had opgetekend.

Hij gaf aan: ‘hier komt ’t muskietengras,

daar ’t pluimstruisriet en bij de grote vijver de pampassen en siergrassen. ‘Als

het klaar is zal dit een oase van rust bij de watervogels geven’ aldus Spitsneus.
 

Na enige uren intensief werken waren alle planten en gewassen geplaatst en zaten de kabouters tevreden naast elkaar met gekruisde beentjes het resultaat te bekijken. Klaasje verbrak de stilte en zei:

‘bij die siergrassen verblijven de grutto’s

die kunnen we nu goed bekijken als ze naar voedsel zoeken met hun hoge poten en lange hals.’ Het is een opvallende vogel die als hij opvliegt drie keer zijn eigennaam roept, zodat wij de koning van de weidevogels niet vergeten kunnen, Grutto, Grutto, Grutto.’
 
Er kwam bezoek,het was Freddy,Vrouwke en Donsje, ‘Mogen wij er bij komen zitten?’ ‘Ja hoor

er is ruimte genoeg’ zei Suizebol vriendelijk.’ Klaasje ging door met zijn verhaal en vertelde  dat ook de kievit erg zijn best doet om op te vallen, hij maakt je reinste acrobatische toeren met wervelende buitelingen en onstuimige opvluchten om een vrouwtje te imponeren.’ Als het gelukt was werd er een kuiltje gekrabd en daar de eieren in gelegd en uitgebroed. Ook de kievit roept zijn eigennaam kiioewiet, kiioewiet , als er gevaar dreigt slaat het vrouwtje een indringend alarm, zodat ook de andere broedende vogels gewaarschuwd zijn,’ ‘Het ideale alarmsysteem’ zei kabouter Klaasje. ‘Hoe kom je aan deze wijsheid’ vroeg logementbaas Freddy. Kabouter Spitsneus nam het woord : ‘Het is bewonderingwaardig, maanden lang heb ik onze kleine bioloog enige uren per dag

zien zitten met verrekijker, potlood en aantekeningenboek.

 

Op een dag zei ik tegen hem ‘je hebt toch je eigen werk in je ecologische kruidentuinen en nu doe je dit ook nog.’

‘Dat doe ik voor jou en de natuur’ was zijn antwoord. Ook vriendje Pluimpje knikte eenstemmig. ‘Ik had gezien hoe kabouter Spitsneus aan de wallenkanten

holletjes had gemaakt voor ijsvogeltjes

waar ze zelf mee verder zijn gegaan om hun nestgangen te graven. Er waren verschillende jonge vogeltjes gezien. De ijsvogeltjes vliegen af en aan met voorntjes en stekelbaarsjes, ziet hij een visje dan duikt hij er loodrecht op en met zijn dolksnaveltje spiets hij het vast en brengt het naar zijn jonkies. Dan zijn er ook een groot aantal rietzangertjes bij gekomen die prachtige liedjes fluiten en ook andere vogelgeluiden staan op hun repertoire, ze kunnen prachtig imiteren.’ ‘Dan hebben we nog de futen op hun drijvende nesten en de waterhoentjes die  gezins uitbreiding hebben gehad.’

Aan de overkant op het pinguďn eiland was ook iets aan de hand.

 

 

In een lange rij liepen de pinguďns achter elkaar naar een rots met een spleet. Kabouter Spitsneus riep: ‘Wat zijn jullie aan ’t doen?’ ‘We gaan op kraam visite schreeuwde de voorste pinguďn.’ ‘Het is een vruchtbaar jaar’ zei Klaasje, gisteren is mijn aapje Rompie ook vader geworden.’ ‘Nu maar hopen dat ook dit sprookje uit komt.’ ‘Wat bedoel je?’

     ‘EN ZE LEEFDEN NOG LANG EN GELUKKIG!!’