Ons begin


ONS BEGIN .....
 



De zaak die wij overgenomen hadden was ongeveer 80 jaar
oud. De vorige eigenaar de heer Scheffer was een vakman tot
en met. Hij had het er 32 jaar volgehouden toen hij er op 72 jarige
leeftijd mee stopte. Het was een ongeduldige onaardige man
en zijn wil was wet. Hij was een echte Amsterdammer en zijn
vriendin Janny, afkomstig uit Waterland. In 't begin werkte ze
als huishoudster en later werden ze meer intiem. Zij deed
voornamelijk de winkel en hij maakte sigaren en pruimtabak
Allebei droegen ze een lange bruine stofjas en ook wij werden
verplicht om tijdens het inwerken ook zo'n ding te dragen.
Mijn vader Gerrit Dil, had van zijn broer gehoord dat in de
Amsterdamse Binnen Oranjestraat een tabaks winkel met dag
verblijf te koop was. Na enig overleg en onderhandelen werd
besloten om die kans te wagen en wij kochten die zaak. Er was
op dat moment geen woning bij met als gevolg dat wij
als kersverse ondememers, ruim twee jaar clandestien in dat
krappe dagverblijf gewoond hebben. Op de bovenwoning met
vrije opgang woonde tante Coos met haar dochters,
kleindochter en zoon. Vader en zoon waren allebei zeeman en
soms maanden van huis. Dit om even bij stil te staan dat er
weinig kans was om boven de winkel te kunnen wonen. Maar
ja, we hadden wel besloten om voor dat wij met die zaak
zouden starten, eerst te trouwen.
 
Zo is het ook gegaan.
31 oktober 1957 zijn wij in Landsmeer getrouwd. Na de
trouwpartij hadden we een gezellig familie feest bij mijn
ouders thuis.

Het was nogal laat geworden en ondanks het
huwelijksfeest moesten we om negen uur in de zaak aanwezig
zijn van die strenge kerel, die ons per se zelf inwerken wilde.
Dus wij de volgende morgen 1 november als vers echtpaar met
slaperige koppen op de motor naar Amsterdam.
Het was halftien toen we onze winkel binnen stapte.
De oude eigenaar ome Steef keek ons nors aan, wees op zijn horloge en brieste
Jullie zijn te LAAT!!!

Hij feliciteerde ons niet eens en wij kregen geen koffe. Jan zei:
'eerst wil ik koffie' en ging naar koffiehuis 'de Brug', een
stukje verderop in de straat. Ik stond er beteuterd bij en wist
geen raad met deze situatie, maar ja, wat nu? Ik moest wat
doen en liep naar achteren, pakte een trapje, emmer, spons en
zeem en ben buiten uitgebreid de winkelramen gaan lappen.
Dat was ook een hele belevenis in die buurt, kwam ik achter.
Ieder bemoeit zich met je en de opmerkingen vlogen me om
de oren. 'Dat knapt op meisie, zal k je trappie effe vast houwe'
en een heel lange magere man kwam naast me staan deed zijn
bril af en zei: 'wil uwes mijn raampies ook effe lappe. Met een
kop als een boei ging ik stug verder, maar daar kwamen weer
twee van die lef gozers staan klieren en naar mij kijken.' 'Je
ken d'r wat van wijfie' het andere kereltje wilde ook leuk zijn
en riep: 'zo een glazenwassertje zou ik thuis ook wel willen
hebben.' Vervelend, maar ze bedoelden het goed zullen we
maar denken.

Na die klus moest ik bij mevrouw achter de
toonbank en goed opletten hoe zij het deed. Er kwamen wat
klanten, ik volgde alles met aandacht. Alleen hoe de kassa
werkte was mij nog een raadsel, ze draaide aan een hengsel,
dan sloeg ze het bedrag aan, pakte 't geld, soms moest ze wat
terug geven, daarna deed ze 't papier geld in een doosje onder
de toonbank. 'De volgende klant is voor jou' zei ze toen. Het
duurde even en toen kwam er een echte heer binnen. 'Dat is
mijnheer van Buuren van de Prinsengracht een heel goede
klant' fluisterde ze, Hij lichtte zijn hoed en zei: 'goede morgen
dames, wat een heerlijk weer valt ons ten deel vandaag vind u
niet?' 'Ja" mijnheer, heerlijk, kan ik u helpen?' 'Mag ik van u
vijf doosjes 'Balmoral Cambridge' sigaartjes en 2 doosjes
lucifers.' Gelukkig kon ik alles direct vinden en zette het op de
toonbank. Hij haalde zijn portefeuille voor de dag en ik rekende
snel op een papiertje uit wat hij betalen moest en gaf een
slinger aan die kassa, de lade sprong open en ik deed het geld
erin, pakte 30 cent wisselgeld en gaf 't hem terug. Intussen had
Janny de spullen in een papieren zak gedaan en mijnheer ging
met een groet tevreden naar buiten. 'Dat ging mooi verkeerd'
zei mevrouw. 'Wat bedoeld u 'was mijn vraag.' Je hebt 't
bedrag niet aangeslagen ,dan klopt de kassa niet. Ze sloeg het
bedrag aan pakte 't papiergeld en dat ging weer in dat doosje
onder de toonbank. 'Waarom doet u dat?' dorst ik te vragen. Er
komt vreemd volk in de winkel en we hebben er een kerel bij
gehad die een greep in de lade deed en wij waren alles kwijt,
snap je?

Intussen was Jan terug gekomen, keek minachtend naar de
vorige eigenaar, stak een sigaartje op en ging naar de werkplaats
die er ook bij hoorde, dat was in de Vinkenstraat nr. 68.
Daar lagen de balen met ruwe Kentuckey, Sumatra en Braziel
tabaksbladeren. Dat bewerken was ook een hele klus. Die
bladeren werden uitgespreid, vochtig gemaakt, daarna gestript,
gesneden, afgewogen en verpakt in zakjes van 50 gram. O, ja
die balen tabak werden geleverd door een echte tabakshandelaar
die als commissionair op de veiling in gebouw'Frascati'
in de Nes zijn aankopen deed. De heer Bergmans was een
alleraardigste heer van standing waar we heel veel zaken mee
hebben gedaan. Ook is er een vriendschap ontstaan en zijn we
verschillende keren op zijn privé adres op bezoek geweest in
een sfeervol oud pand op de Oudezijds Achterbugwal.