De Amsterdamse Haarlemmerdijk


DE AMSTERDAMSE HAARLEMMERDIJK   
 
 
 
 
 
De Haarlemmerdijk is vanouds een echte dijk, deel van de
waterkering aan de zuidzijde van het IJ. In 1612 was hij voltooid.

Als uitvalspoort naar Haarlem was de dijk een verkeersweg van
betekenis. Hij ontwikkelde zich tot een belangrijke winkelstraat
voor een breed publiek, door Simon Carmiggelt in één van zijn
verhaaltjes een soort volksboulevard genoemd. Er vestigden
zich vissers, chirurgijns, handelaars in scheepsbenodigdheden,
koper-touw- en blikslagers, brood-en banketbakkers,
boekverkopers, kortom de hele han-deldrijvende middenstand.
Op 24 september 1879, begon men met een paardentramlijn van
af de “Willemspoort“ aan het Haarlemmerplein, via
Haarlemmerdijk -straat, Damrak naar de Dam Deze tram kon je
op elke gewenste plek laten stoppen. Op 17 juli 1902 kwam de
electrische gemeentetram lijn 5 als vervanging. Deze heeft
gereden, tot 1944 en werd toen tijdelijk stilgelegd wegens
oorlogsomstandigheden. 18 juni 1945 werd het tramlijn 12. Deze
ging rijden van ‘t Centraal station via Haarlemmerstraat en -Dijk,
Spaardammerstraat, naar de Oostzaanstraat. In 1955 werd de
tram vervangen door buslijn 12. Dat was een ramp in die nauwe
winkel straten, de kopjes stonden te trillen in de kast, en zo nu
en dan zag het blauw van de uitlaatgassen. Er was door het

gemeente bestuur al verschillende malen beloofd dat met de
bouw van de singeldroogbak brug en de haarlemmerhouttuinen-
weg zou worden begonnen. Het duurde te lang. De
winkeliersvereniging onder leiding van hun toenmalige
voorzitter Joh. M. Allis, vroegen de wethouder van publieke
werken en stadsontwikkeling, Han Lammers, om een nood
maatregel te nemen. Echter ook dat duurde te lang, het was
inmiddels 1973. De winkeliers hielden prikacties, er werd twee
uur lang voor de deur gelost en geladen en en elke winkelier
deed tegelijkertijd mee, met het gevolg dat de hele bende
muurvast zat. Toen werd besloten om zes studenten een hele
dag het verkeer te laten tellen, tussen 8 uur ‘s morgens en zes
uur ‘s avonds. Er passerden maar liefst 1200 personen auto’s,
80 bussen, 3500 vracht auto’s, 3000 fietsen, 150 motoren, 3500
bromfietsen, 3 bakfietsen en 2 paard en wagens. Eindelijk werd
begonnen met de bouw van de Singel brug tussen Droogbak en
Prins Hendrikkade. De Haarlemmerhouttuinen weg werd ook
aan gepakt. In 1975 ging de bus niet meer over de dijk en straat
en kregen we éénrichtings verkeer. De route van de bus met het
nr. 22 gaat nu over de Haarlemmerhouttuinen, evenals veel
doorgaand verkeer. Letterlijk en figuurlijk kregen we meer lucht
in onze gezellige winkelwijk!! In vroeger jaren was de
Haarlemmerdijk al een aantrekkelijke straat voor rijken, armen,
intellectuelen, en vooral voor het winkelende publiek. Ook
leefden en woonden er veel mensen in de kelders van de huizen
op de dijk, zo ook “Keetje Tippel“ vrij vertaald naar het boek van
Neel Doff, zoals zij vertelt; wij woonden in een kelder op de
Haarlemmerdijk.


Als mijn moeder en zuster de deur uit waren, ging ik op de
treedjes zitten die naar de straat voerden en keek naar de
mensen die voorbij kwamen. ik zag ze van onderaf, ik lag met
mijn hoofd en armen op de bovenplank van de goot, die in de
Hollandse straten langs de huizen liep. Ook in ons huis op nr: 45
was een kelder die via een houten trap te bereiken was. Er
woonden in die jaren een appelvrouw met haar familie. Een
debiele jongen werd de gehele dag gebruikt om het grond water
er uit te pompen. Op het Haarlemmerplein is Willem Drees
geboren, een gedenksteen doet daar nog van getuigen. Op
Haarlemmerplein 17 schreef Jacgues Perk in 1879 een groot
deel van zijn Mathilde cyclus die door Willem Kloos ingekort en
gerangschikt is, en na Perks dood in zijn gedichten
gepubliceerd werden. Van 1663-1674 hield de theoloog dichter
Jan Zoet aan de Haarlemmerdijk 147, er een herberg “de Zoete
Rust “ op na, “t was een trefpunt van dichters” maar Zoet deed
dit niet ter morele ontwrichting van zijn bezoekers, maar wel om
ze geestelijk te stichten. Eén van die bezoekende dichters, was
Jan Luyken, deze was in 1649 vlakbij, in de huidige Buiten
Dommerstraat geboren. In 1827 woonde Eduard Douwes
Dekker,


(Multatuli’s boek “Max Havelaar“) als kind op de Haarlemmerdijk
94. Ook Aagje Deken heeft hier gewoond ten huize van Maria
Bosch. In de Haarlem-merstraat staat het prachtig
gerestaureerde West Indisch Huis, waar in 1628 de
goudenmunten van Admiraal Piet Heyn werden opgeslagen in
de kelder. Tevens in de Haarlemmersstraat staat de schepping
van architect P.H.J. Cuypers, de Posthoornkerk Cuypers is ook
de schepper van het Rijksmuseum en het Centraal station. De
Posthoornkerk is een wat somber maar indrukwekkend gebouw,
zijn silhouet met de drie torens kan je vanaf vele plekken hier in
de buurt bewonderen, de kerk heeft ook ingangen aan de
Haarlemmerhouttuinen.
Dan is er nog het indrukwekkende gebouw op de Droogbak, een
administratiekantoor van de vroegere Hollandse Yzeren
Spoorweg Maatschappij. Mocht U per trein Amsterdam
bezoeken en U loopt het stationsplein op, kijk dan naar rechts,
want daar treft U de Haarlemmerbuurt aan.

Een bezoek meer dan waard!